• Header
  • Header
  • Header
  • Header
  • Header
  • Header
  • Header
klogozwart

Vogelbeschermingswacht Zaanstreek
Werkgroep Roofvogels en Uilen

Onze werkgroep spant zich al jaren in om de aantallen en het broedsucces van vele soorten roofvogels en uilen in de Zaanstreek “op te krikken”. Via monitoring en het ringen en registreren van de jongen krijgen we een goed inzicht in de toe- dan wel afname van de diverse soorten door de jaren heen. Uit de verzamelde gegevens blijkt dat veel vogels een lage gemiddelde leeftijd behalen. Veel jongen overlijden in het eerste of tweede kalenderjaar. De oorzaken van de vroege sterfte zijn divers:

  • de jongen leren niet om goed te jagen;
  • slechte weersomstandigheden;
  • predatie door andere vogels en dieren;
  • het verkeer

Vooral het steeds drukker wordende verkeer blijkt veel slachtoffers onder roofvogels en uilen te veroorzaken. Vooral de kerkuil is een bijzonder kwetsbare soort. Kerkuilen fourageren graag in bermen langs de weg. Deze bermen zijn vaak bloemrijk en vormen een aantrekkelijke biotoop voor muizen, het belangrijkste voedsel van de kerkuil.

Dierecoloog Jasja Dekker was afgelopen te gast bij onze werkgroep en praatte ons bij over zijn onderzoek naar kerkuilen. Daarbij kwamen ook de belangrijkste doodsoorzaken ter sprake. Jasja heeft onderzocht hoe de hoge sterfte van de uilen door verkeersongelukken terug gedrongen kan worden. 

Lees meer: Verkeer belangrijke doodsoorzaak kerkuilen

Werkgroep roofvogels- en uilen Vogelbeschermingswacht Zaanstreek
Resultaten van het broedseizoen 2017 door Rein Beentjes


Het schema in dit artikel geeft aan dat het afgelopen broedseizoen er een geweest is met wisselende successen, doch vooral van tegenvallende resultaten in vergelijking tot het vorige seizoen. De tabel geeft het totaal weer van uitgevlogen jongen (geringd en ongeringd). Vooral de boombroeders hebben flinke tikken gehad. Als oorzaak hiervan wijzen wij aan het koude voorjaar, waardoor het broeden slechts langzaam en laat op gang kwam, plus de storm op het moment dat de bomen al volop in blad stonden en er diverse nesten zijn verwaaid. 

Lees meer: Broedresultaten 2017

Roofvogels in Nederland de dupe van illegaal doden

Geplaatst op 24 oktober 2017

Het illegaal doden en vangen van wilde vogels vormt een wereldwijde bedreiging voor veel vogelsoorten. In landen rondom de Middellandse Zee is dat al jaren een groot probleem, miljoenen vogels zijn er het slachtoffer van. Vandaag publiceert BirdLife Europe een nieuw rapport met cijfers uit overige Europese landen en de Kaukasus. Ook daar worden op grote schaal vogels illegaal gedood en gevangen. In Nederland zijn vooral roofvogels het slachtoffer van deze praktijken: geschat wordt zo’n 1.200 per jaar gemiddeld. Vogelbescherming Nederland vindt de uitkomsten van het rapport schokkend en roept op tot een betere handhaving in het veld, zodat daders gepakt kunnen worden. 

Eerder maakte BirdLife Europe inzichtelijk op welke schaal het doden en vangen van vogels plaats vindt in het Middellandse Zee gebied, nu is er een rapport met cijfers over de rest van Europa en de Kaukasus. Het rapport toont aan dat het een enorm probleem is in de hele regio, waar jaarlijks miljoenen vogels het slachtoffer van worden. In Nederland gaat het vooral om het illegaal doden van roofvogels. Het rapport gaat niet over vogels die worden gedood in het kader van schadebestrijding in de landbouw, bij het omhakken van bomen of maaiwerkzaamheden.

Roofvogelvervolging in Nederland

In landen rondom de Middellandse Zee en op de Kaukasus worden vogels op grote schaal gedood voor voedsel en als sport. In Nederland verdwijnen veel gevangen vogels in volières of als uitwassen van schadebestrijding. In ons land springt – net als in buurlanden – echter met name de omvang van de roofvogelvervolging eruit met naar schatting 1.200 gedode roofvogels per jaar (min.700 – max.3.100). Vooral de buizerd heeft te leiden onder deze vervolging, maar ook havik, bruine kiekendief en rode wouw zijn het slachtoffer.

De meest voorkomende vorm van roofvogelvervolging is het vernielen van nesten of het schieten op en door nesten, maar ook direct afschot en vergiftiging komen regelmatig voor. De vergiftigde zeearend die vorig jaar in Zeeland gevonden werd is een voorbeeld dat de media haalde, maar staat niet op zich. De aantallen zijn waarschijnlijk nog maar het topje van de ijsberg, want zeker niet alle gedode vogels of vernielde nesten zullen worden gemeld of gevonden. Het is bekend dat sommige weidevogelbeschermers zo hopen te voorkomen dat roofvogels achter de kuikens van weidevogels aangaan.

De wet is goed, controle ontbreekt

Vogelbescherming Nederland, Partner van BirdLife, spreekt van schokkende uitkomsten. In Nederland is het doden en vangen van vogels bij de wet verboden, maar ontbreekt het aan handhaving. Door jarenlange bezuinigingen vindt er nog nauwelijks controle in de natuurgebieden plaats. Schrijnend, omdat dit een probleem is dat relatief makkelijk aan te pakken is.

Ook laat het rapport zien dat we in Nederland een beter beeld moeten krijgen van de schaal van deze illegale activiteiten, die bovendien door één centrale instantie verzameld zouden moeten worden. Vogelbescherming roept iedereen daarom dus om illegale praktijken van (roof)vogelvervolging te melden bij de politie of via natuurverstoring.nl

 

Bron: www.vogelbescherming.nl

Ons seizoen 2017 met de kerkuil.
Toen Michiel Kok, mijn vaste partner binnen de werkgroep Roofvogels en Uilen, op 15 april van dit jaar onze eerste inventarisatieronde plande, konden we nog niet vermoeden welk een bijzonder kerkuilenjaar dit zou worden.
Ons werk binnen de groep bestaat uit het monitoren van 22 kerkuil kasten en 28 torenvalk kasten die geplaatst zijn in een gebied dat verspreid is over Assendelft, Westzaan en Zaandam west.
De kerkuil kasten zijn vooral geplaatst in open schuren op agrarische bedrijven, waar de uilen vrij kunnen in- en uitvliegen. De torenvalkkasten staan her en der verspreid in het land binnen dezelfde regio.
Het monitoren bestaat uit het maken van inventarisatierondes, om te bepalen of de kasten broedsels bevatten; daarna het bijhouden van de ontwikkeling van de broedsels; het volgens van de uitgekomen jongen en ten slotte het ringen, wegen en meten van diezelfde jongen.
Dit jaar kwam er echter een bijzonder interessant onderdeel bij. In februari jongstleden kwam onze werkgroep in contact met Jasja Dekker, een dierecoloog die onder andere onderzoek doet naar gedrag en voedsel van de kerkuil. Hij informeerde onze werkgroep op 2 maart over zijn werkwijze en verzocht onze medewerking bij het zenderen van kerkuilen.  Op de rug van de uil wordt een klein rugzakje geplaatst met een zendertje. Deze registreert de bewegingen van de uil en laat op die manier zien op welke plekken de uil jaagt.  Specifiek is hij geïnteresseerd in het aandeel Noordse Woelmuizen in het voedsel van de kerkuil. Hij doet dit onderzoek in opdracht van de Provincie Noord-Holland en de Provincie Zuid-Holland.
Nadat de voors en tegens door onze werkgroep uitgebreid zijn afgewogen, waarbij het belang van de uil altijd bovenaan staat, werd besloten aan dit onderzoek mee te doen.  Belangrijk aspect hierbij is dat de zender, als de uil niet meer in de nestkast kan worden terug gevangen, na enige tijd vanzelf afvalt, zodat de uil hier niet onnodig mee blijft rondvliegen. Door gebruik van speciale verteerbare garens wordt dit gerealiseerd.
Op twee plaatsen in of vlakbij Natura 2000 gebieden werden twee kasten aangewezen als mogelijke onderzoekplek. Het was nu afwachten of er ook daadwerkelijk broedsels zouden worden aangemaakt door de uilen die hier al waren aangetroffen.


Op 15 april werken Michiel en ik ons eerste rondje langs de kasten af en treffen 1 broedsel aan met 4 eieren.  Daarnaast vinden we twee uilen in een kast, wat duidt op een mogelijk broedsel en in maar liefst 4 kasten sporen van recent bezoek, bestaande uit muizenlijkjes, verse braakballen en veren.
Het meest verheugd zijn we over 12 aanwezige muizen in een kast waarin nog nooit een broedsel heeft gezeten. Dit geeft aan dat het dekkingsgebied van broedende kerkuilen in onze regio steeds verder wordt uitgebreid en dat is een van onze doelstellingen.

Lees meer: Het Kerkuilen jaar 2017 van Rein en Michiel

Het ringseizoen zit er weer bijna op en het is een druk jaar geweest!

Er zijn weer veel jonge roofvogels en uilen van ringen voorzien en ook een grote groep niet, want daar konden we niet bij en/of waren we te laat. Zodra alle ringgegevens bekend zijn zal er een apart stukje geplaatst gaan worden waarin we deze bekend zullen maken en vergelijken met de cijfers van de afgelopen seizoenen. Het is ook een speciaal jaar geweest voor onze werkgroep, want we waren gevraagd om mee te doen aan een experiment met kerkuilen en daar heeft Rein een apart stukje over geschreven en die is het lezen meer dan waard. De traditionele ringdag met de boot viel helaas samen met veel ringwerk op de wal en dus waren we maar met een klein groepje in de polder voor het ringen. Het bleek een seizoen te zijn geweest met "groeizaam" weer, want veel jonge vogels groeiden erg snel en hebben ons regelmatig verrast met al meer volwassenheid als verwacht bij onze ringsessies.

Lees meer: Ringseizoen 2017